Ik wil mijn groepenkast indelen, hoe doe ik dit?

Groepenkast Installateur geeft antwoord!

Deze vraag krijgen wij bij Groepenkast Installateur vaak. Dit artikel geeft hopelijk antwoord op al uw vragen. Zonder enige (elektro)technische achtergrond kan dit namelijk erg verwarrend zijn. Mocht je na dit artikel nog steeds vragen hebben, kun je altijd contact met ons opnemen.

Om antwoord te geven op de vraag hoe een groepenkast ingedeeld moet worden gaan we in deze blog naar een aantal dingen kijken: wanneer moet een apparaat een eigen groep? Wanneer is een extra aardlekschakelaar nodig? Wanneer zijn aardlekautomaten nodig?

Wanneer moet een apparaat op een eigen groep?

Het antwoord op deze vraag is in de basis heel simpel: apparatuur dat een vermogen heeft van meer dan 2kW moet volgens de NEN-1010 norm op een eigen groep.

Hoewel het aan te raden is dat deze richtlijn altijd gehandhaafd wordt, is dit niet altijd mogelijk: een huis kan nou eenmaal een limiterende factor hierin zijn: er lopen geen kabels of het is niet mogelijk om extra kabels bij te trekken. In dit geval is het nodig om te kijken naar de gelijktijdigheidsfactor. Dit is alles behalve eenvoudig: er wordt gebruik gemaakt van een stochastische variabele om te bepalen wat de kans is dat bepaalde apparaten tegelijk aan kunnen staan.

Het is ook mogelijk een lage gelijktijdigheidsfactor te forceren om het indelen van uw groepenkast makkelijker te maken, bijvoorbeeld doormiddel van een wasmachine-droger schakelaar. Dit is een (fysieke of automatische) schakelaar die garandeert dat er maximaal 16A stroom loopt door de schakelaar, in dit voorbeeld: of de droger of de wasmachine. Als er gebruik gemaakt wordt van zo’n schakelaar is het dus toegestaan om meerdere apparaten met een vermogen groter dan 2kW op een enkele groep aan te sluiten.

Een uitzondering is het geval van het combineren van apparaten is een laadpaal: deze moet volgens de NEN-1010 norm altijd met een gelijktijdigheidsfactor van 1 bestempeld worden. In de praktijk betekent dit dat laadpalen zonder uitzondering op een eigen groep moeten.

Wanneer is een extra aardlekschakelaar nodig?

De richtlijn, vastgelegd in de NEN-1010 norm stelt dat achter een aardlekschakelaar maximaal 4 groepen geïnstalleerd mogen worden.

Wanneer moet je aardlekautomaten gebruiken?

Laten we beginnen met uitleggen wat een aardlekautomaat is: een aardlekautomaat combineert de functie van een aardlekschakelaar en een gewone installatieautomaat. Dit heeft voor- en nadelen: een voordelen zijn dat aardlekautomaten minder ruimte innemen in uw groepenkast en ze altijd bijgeplaatst kunnen worden. Nadelen zijn dat de automaten aanzienlijk duurder zijn 4 aardlekautomaten zijn snel 50% duurder dan 4 automaten met een losse aardlekschakelaar. Daarnaast hebben aardlekautomaten nadeel in geval van storing: als de automaat afslaat is het niet te achterhalen of een aardlekfout of een kortsluiting de oorzaak van het afslaan van de automaat is.

Samengevat is het gebruik van aardlekautomaten alleen aangeraden als u:

  1. Heel weinig ruimte hebt in uw meterkast
  2. Uw groepenkast wilt uitbreiden met een enkele groep, dit is dan goedkoper
  3. Een andere afschakelstroom wilt, bijvoorbeeld 300mA voor zonnepanelen.
Wilt u hulp bij het indelen van uw groepenkast? Neem vrijblijvend contact op voor een prijsopgave.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *